De Energiewet 1.0: deel 1
- info1041636
- 13 jan 2022
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 jan 2022
Systemen op orde en ondersteunend voor de energietransitie
Het wetsvoorstel voor een nieuwe Energiewet is in november 2021 herzien naar aanleiding van de consultatie en respons hierop en is toegezonden aan betrokken toezichthouders voor een formele toets op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

Waarom een nieuwe Energiewet?
De Energiewet 1.0 kent een lange historie; voorgangers waren onder meer wetsvoorstel STROOM en VET. Aanleiding voor een nieuwe Energiewet is om zowel Europese regelgeving als nationale afspraken uit het Klimaatakkoord en overig beleid te implementeren. Daarnaast zal deze wet de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet samenvoegen en vervangen. Stimulering van de energietransitie en het realiseren van een CO2 arme energievoorziening die inpasbaar, veilig betrouwbaar en betaalbaar is, zijn de kerndoelen.
Wie worden er geraakt, wat verandert er?
Wie worden er nu geraakt door dit wetsvoorstel en wat betekenen de wijzigingen voor deze diverse betrokkenen? Kort samengevat zijn de doelgroepen 1) eindafnemers, waaronder huishoudelijke en niet-huishoudelijke afnemers 2) verschillende beheerders van systemen, waaronder transmissie- en distributiesysteembeheerders en beheerders van gesloten systemen, 3) verschillende actoren op de energiemarkt (producenten, leveranciers, aggregators, meetverantwoordelijke bedrijven, energiegemeenschappen en actieve afnemers) 4) decentrale overheden 5) toezichthouders. De wijzigingen in dit wetsvoorstel worden in de memorie van toelichting gegroepeerd in zogenaamde pijlers. Het voert te ver om in deze blog al deze doelgroepen en pijlers te behandelen. Daarom zullen we in een vervolg blog telkens een aspect behandelen wat aandacht verdiend. Heeft u een specifiek aandachtspunt? Stuur ons een mailbericht!
Oplossing voor schaarste?
De afgelopen jaren is steeds meer gebleken dat er op diverse netvlakken onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is om aan de vraag naar transport en distributie van elektriciteit te kunnen voldoen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Hof Den Bosch in de zaak Energiepark Pottendijk, welke uitspraak is besproken in onze blog van 9 september 2020.
Zonne- en windparken worden vaak aangelegd in dunbevolkte gebieden, waar de elektriciteitsnetwerken ook ādunā zijn aangelegd. Kortom, er is schaarste. Er zijn in 2020 reeds 3 amendementen aangenomen die inspelen op deze problematiek, namelijk het verbod op āopknippenā van een aansluiting in meerdere kleine aansluitingen, de mogelijkheid dat meerder productielocaties gebruikmaken van ƩƩn aansluiting en de mogelijkheid om partijen aan te sluiten op afwijkende spanningsniveaus indien het gewenste spanningsniveau niet beschikbaar is. Echter, deze maatregelen zijn nog niet voldoende om het gat naar netverzwaring en uitbreiding van het systeem te overbruggen.
In het voorliggende wetsvoorstel is ervoor gekozen het basisprincipe dat āde netbeheerder een ieder die daarom verzoekt voorziet van een aansluitingā af te zwakken. Waar in de huidige wet een onvoorwaardelijke aansluitplicht voor elektriciteit geldt 1, namelijk ongeacht de beschikbaarheid van transportcapaciteit, blijft slechts een aanbod tot aanleg van een aansluiting of een wijziging van een aansluiting voor elektriciteit kan worden afgewezen en het doen van een aanbod kan worden uitgesteld indien en voor zo lang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is. De transmissie- of distributiesysteembeheerder dient daarvoor wel een deugdelijke onderbouwing te geven.
Ook de 18 weken termijn, waarbinnen de netbeheerder de gevraagde aansluiting (ingeval van een aansluiting tot 10 MVA dan wel een aansluiting voor duurzame opwek of warmtekrachtkoppeling) dient te realiseren, wordt vervangen door āeen redelijke termijnā, die meer ruimte moet bieden in differentiatie in lagere regelgeving. ACM zal een codewijzigingstraject opstarten om nieuwe, redelijke aansluittermijnen in desbetreffende codes vast te leggen.
Conclusie
De vraag is of met deze wijziging van de aansluitplicht een succesvolle transitie bewerkstelligd wordt. Immers, enerzijds kan te onvoorwaardelijk aansluiten leiden tot meer congestieproblemen, anderzijds lijkt hierdoor de prikkel om juist te investeren in netverzwaringen en -uitbreiding door de systeembeheerder, maar ook het benutten van alternatieve maatregelen (gebruikmaken van eenzelfde aansluiting, gebruikmaken van reservecapaciteit in het net) weg te vallen, terwijl juist voldoende transportcapaciteit nodig is om een tijdige transitie naar duurzame energie-opwek te kunnen realiseren.




Opmerkingen